De eerste assessor is voor de kandidaat de meest beslissende persoon tijdens de EVC-procedure. Hieronder vindt u een toelichting van de taken en verantwoordelijkheden van zowel de eerste als de tweede assessor tijdens de EVC-procedure.
Fase Waarderen
In deze fase wordt het portfolio beoordeeld door deskundige assessoren. Naast beoordeling van het portfolio zal de eerste assessor samen met een tweede assessor ook een criteriumgericht interview met de kandidaat afnemen. Leidend hierbij zijn de eisen die gesteld zijn aan de gekozen standaard*. Daarnaast kan de eerste assessor andere instrumenten inzetten zoals werkplekbezoek of Proeve van bekwaamheid.
De voorbereiding van de assessor bestaat uit het doornemen van de standaard* en het bekijken van het ingevulde portfolio.
Criteria bij de beoordeling van de bewijslast in de portfolio zijn:
|
Contexten waarin ervaring is opgedaan. Zijn competenties in verschillende situaties uitgevoerd (zegt iets over transfer)? |
|
Zegt iets over de mate waarin de meest belangrijke elementen van een competentie worden gedekt. Zegt dit bewijs daadwerkelijk iets over de gewenste competenties die nodig zijn? |
|
Verwijst naar het vertrouwen dat een bewijs ook werkelijk een accurate representatie is voor ervaring en deskundigheid van deze kandidaat. Is dit echt door deze kandidaat uitgevoerd (en niet door een collega)? |
|
Geeft een indruk van de mate waarin de bewijzen iets zeggen over het huidige competentieniveau van de kandidaat. Hoe lang is het geleden en wat zegt dat over de competenties op dit moment? |
|
Heeft betrekking op het aantal maanden of jaren ervaring in een bepaald competentiedomein. Hoe lang en ook hoe intensief heeft de kandidaat hier ervaring in opgedaan? |
Bij het criteriumgericht interview en, wanneer van toepassing, het werkplekbezoek en/of de Proeve van bekwaamheid is een tweede assessor betrokken om de onpartijdigheid van het oordeel te waarborgen.
Fase Rapporteren
In deze fase wordt het Ervaringscertificaat opgesteld. De eerste assessor is inhoudelijk verantwoordelijk voor het Ervaringscertificaat.
De eerste assessor legt zijn bevindingen vast in het digitaal portfoliosysteem per werkproces behorende bij de standaard*. Hierbij worden naast het beheersingsniveau (voldoende of onvoldoende) ook een conclusie en onderbouwing hiervan gegeven per werkproces. Daarnaast zal de eerste assessor ook terugkomen op het doel van het EVC-traject van de kandidaat. De assessor geeft met betrekking tot dit doel zijn conclusie en advies. De assessor geeft aan de trajectbegeleider door dat zijn bevindingen zijn vastgelegd en is beschikbaar voor eventueel aanvullende vragen van de trajectbegeleider.
De tweede assessor toetst zijn bevindingen van het criteriumgericht interview en eventueel het werkplekbezoek en/of Proeve van bekwaamheid aan de door de eerste assessor vastgelegde bevindingen. Dit om te waarborgen dat er tot een deskundig en onafhankeijk oordeel gekomen wordt.
Fase Evaluatie & Optimalisatie
De assessor vult aan het einde van het traject het evaluatieformulier in en levert dit in bij de trajectbegeleider.
* De standaard is de gekozen mbo-standaard, branche-standaard of functieprofiel. Uw competenties worden met deze standaard vergeleken tijdens uw EVC-procedure.